Les 1. De occulte Explosie
Les 2. Zien zonder ogen Paragnosie en mantiek
Les 3. Spreken de doden het Spiritisme
Les 4. Beïnvloeding op afstand, de magie
Les 5. Genezende handen het magnetisme
Les 6. Zijlijnen
Les 7. Het Bijbelse standpunt
Les 8. Gevolgen van het occultisme
Les 9. Hulp aan occult belasten
Les 10. Hoe kan ik vrij zijn van boze geesten
LES 9. HULP AAN OCCULT BELASTEN
De twee problemen
Uit de vorige hoofdstukken is duidelijk gebleken dat occulte vermogens meer een last is dan een gave.
Occultisten en de mensen die bij occultisten voor hulp of raad halen, zichzelf in moeilijkheden brengen.
Aan de hand van de Bijbel en uit ervaringen durven wij makkelijk aan, om zoals we ook wel spreken over erfelijk belasten, de term occult belasten te gebruiken.
Maar hoe kunnen wij deze mensen helpen?
Voordat wij dat gaan afvragen stuiten wij op twee problemen:
Zoals de occultist gaven van satan ontvangen heeft, zo mag de christen van de Heilige Geest genadegaven, charismata, verwachten.
Deze chrismata wordt door satan nagebootst.
Dat is uit het voorgaande hoofdstukken wel gebleken.
De christen is niet geïnteresseerd in het verkrijgen van imitaties, maar in het ontvangen van het echte, kostbare.
In de hulp aan occult belasten zijn de vervulling met en de genadegaven van de Geest van groot belang.
35.
Je hoeft geen predikant of priester te zijn om de Verbondenheid met Christus, besef van volmacht en toerusting met de kracht en gaven van de Heilige Geest te hebben.
Het is dus niet altijd nodig om een occult belaste te verwijzen naar een officiële ambtdragers.
Als je zelf geen of te weinig hulp kan bieden, kan je de occult belaste naar een pastoraal centrum sturen of naar een medechristen die ervaring heeft met dit zulke dingen.
Dit soort hulp noemen wij de Dienst van Bevrijding.
De vier fases van de hulp
Stel, je kent een occult belaste.
Jij wilt graag helpen, al zal je liever vroeger dan later iemand anders gaan inschakelen.
Twee mensen representeren de gemeente van Christus duidelijker dan één mens.
Twee kunnen elkaar aanvullen en corrigeren en daarbij: het blijft niet ongevaarlijk werk.
Als de één bezig is, kan de ander bidden voor de bescherming.
Hoe ga je te werk?
Waar moet je aan denken?
Welke aspecten heeft dit soort hulp?
Over het algemeen kunnen we zeggen dat echte hulp, de wil om ze tot bevrijding te leiden, vier fases kent:
Wie hulp wilt bieden, is luisteren en bidden om wijsheid de belangrijkste aspecten.
Je behoedt jezelf meteen voor om met veroordelingen te komen naar de occult belaste.
Het is immers zo dat de meeste die occulte vermogens gebruiken, van goeder getrouw zijn en menen daarmee de medemens te dienen.
Dat zij niet weten dat ze eerder hun medemens besmetten en beschadigen dan dienen, is niet zozeer hun schuld, maar de schuld van de christelijke kerk, die op dit punt haar taak verzwakt heeft dat is, zoals wij al zagen, ook de reden waarom ook zoveel kerkmensen zich, onbewust van verbod en gevaar, tot mensen met paranormale vermogens keren voor hulp en raad.
Als het voor de occult beslate duidelijk is over de oorzaak van zijn problemen, zal het gesprek vanzelf overgaan op de vraag of hij bereid is om hulp te aanvaarden.
Aangezien Jezus Christus de Grote Helper is, is het belangrijk om te weten of de occult belaste door Hem geholpen wilt worden.
Wil hij met Jezus te maken hebben?
Voor het eerst in zijn leven (omdat hij Hem nog niet kent) of opnieuw als hij van Hem is afgedwaald, of dieper dan ooit tevoren?
Als de occult belaste bereid is om verdere hulp van Jezus te aanvaarden, breekt de tweede fase aan:
De occult belaste zal ook een goede schoonmaakbeurt moeten geven aan zijn huis.
Er is geen plaats meer voor occulte literatuur, voor pendels of ouijaborden, laat staan voor huisaltaartjes met toebehoren, zoals heksen en satanisten die hebben.
Verbranden is de radicaalste en beste oplossing: ‘doe daarom het volgende: haal hun altaren omver, sla hun opgerichte stenen aan stukken, hak hun heilige palen om en verbrand hun beelden.’
(Deuteronomium 7: 5). Het volk Israël mocht pas het land Kanaän in wanneer zij de heidense troep i.o.v. de Heer, vernietigden.
In allerlei Europese huizen vindt men tegenwoordig heidense afgodbeelden of voorwerpen die als souvenir uit vreemde landen zijn meegenomen.
Wat zij niet weten is dat zulke beelden en voorwerpen een magische lading kunnen hebben.
Uit het geboorteland van mijn vader, Indonesië, halen mensen betoverde krissen en demonen-voorstellende wajangpoppen in huis.
Ondertussen krijgen mensen last van klopgeluiden, etc, deze storingen kunnen pas stoppen, wanneer deze demonisch zaken verbrand zijn.
36.
Tot de grote opruiming hoort ook het belijden van het uitoefenen van occulte vermogens en zich wenden tot occultisten.
M.a.w. de occult belaste moet deze zonde beleden bij de Heer en om vergeving vragen, ook al is het onbewust gedaan.
Het erkennen van de zonde wat in Gods ogen een gruwel is, is erg belangrijk!
Deze schuldbelijdenis, waarbij alles en iedereen bij naam genoemd moeten worden, kan heel goed samengaan van een directe afzwering van satan, aan wie men door zijn occulte praktijken een recht op eigen leven heeft gegeven.
Men heeft zich immers gewend tot de gever van de occulte vermogens en verwekker van de occulte verschijnselen: satan.
Het is daarom zaak deze vijand van al zijn rechten op het leven van de occult belaste te ontzeggen!
De helper zal soms de occult belaste moeten bijstaan, wanneer hij door de demonen gehinderd wordt bij het afzweren van de occulte zaken.
Hij kan bijvoorbeeld woord voor woord de belaste voorzeggen een zin als: "In Naam van Jezus maak ik mij los van satan en zijn rijk en neem ik terug elk recht op mijn leven dat ik hem gegeven heb door mijn … (hier wordt de occulte praktijk genoemd die de belaste gedaan heeft). Mijn leven hoort nu aan Jezus Christus toe."
Nu wij toch bezig zijn met de grote schoonmaak, zal de occult belaste al zijn zonde die hij gemaakt heeft, moeten belijden.
Denk aan bijvoorbeeld oneerlijkheden, wrok, begaan van onrecht: alles wordt hem vergeven omdat zijn leven nu tot Jezus behoort.
Op deze manier doet de occult belaste alles wat nodig is om zich vrij te maken van zijn verleden.
Bezit hij occulte vermogens, dab zal hij weigeren die verder uit te oefenen en de Heer vragen om deze weg te nemen.
En toch is in de meeste gevallen de zaak daarmee niet klaar.
Het voorbereidende werk is gebeurd, maar een volgende stap is nu nodig.
Soms zal de occult belaste niet of maar gedeeltelijk in actie kunnen komen, ook al zal hij graag willen.
Iemand die in boeien geslagen is, kan niet lopen voordat de boeien hem zijn afgenomen.
Jezus deed dat met een simpel bevel: ‘ga uit!’
Hij droeg ook Zijn discipelen op om demonische indringers te verjagen.
Hun kortste bevel is dan ook: ‘ga uit in Jezus’ Naam!’
Zij zeggen ‘ga uit in Jezus’ naam’, omdat zij een beroep doen op hun Opdrachtgever en Volmachtschenker.
De discipelen waren enkel het instrument die door Jezus gebruikt werden.
Zijzelf verjoegen de demonen niet; zij deden het in Naam van Jezus, dus Jezus is de Verjager.
Dit geld ook voor degene die de occult belaste helpen wilt: hij doet het in de Naam van Jezus, hij fungeert als het instrument van Jezus.
Ook voor ons geldt dat wij Alles in de Naam van Jezus moeten doen!
Als de bezetter (de demon) of bezetters van het occult bewuste diep in het leven van hun prooi zijn binnengedrongen, kunnen zij zijn stembanden gebruiken en uit zijn mond spreken.
We spreken dan van demonisch bezetenheid.
Dit komt veel minder voor dan de vaker voorkomende en lichtere demonische verbondenheid.
Sommige bezetenen blijven bij kennis, anderen verkeren tijdens de strijd in een trance.
Terwijl soms een strijd in enkele seconden voorbij is, kan ook een veldslag beginnen die uren, soms met tussenpozen dagen of weken duurt.
Vaak speurt de occult belaste hoe iets uit zijn lichaam losmaakt en soms met transpiratie, vaker met hijgen, kuchen, hoesten of braken via zijn mond verdwijnt.
Vanzelfsprekend vervullen vreugde en dankbaarheid de bevrijde en hen, die zich voor de bevrijding hebben ingezet.
37.
Het huis waaruit de indringer is verdwenen, mag niet blijven leegstaan.
Overgave aan de Heer en vervulling met Zijn Geest is nu nodig.
De bevrijde moet leren dicht bij zijn Bevrijder te blijven.
Hij moet geholpen worden om de Bijbel te lezen en om als discipel van Jezus gedisciplineerd te leven.
Heel vaak is het belangrijk, als de bevrijde opgenomen wordt in een bijbelkring, een gebedskring, een levende gemeente.
Hij zal ontdekken hoe belangrijk het is, ook in de viering van het Avondmaal met zijn Heer gemeenschap te hebben.
Er is misschien achteraf nog wat puinruimen nodig.
Advies, wat en wie hij iets kan vertellen van zijn bevrijding, kan nodig zijn.
Zo leert de bevrijde zicht te onderwerpen aan God om aan de duivel weerstand te bieden: ‘onderwerp u dus aan God, en verzat u tegen de duivel, dan zal hij voor u vluchten.
Gaat dichter naar God toe, dan komt Hij dichter bij u.’ (Jacobus 4: 7).
Dan kan er een moment komen waarop de bevrijde, die uit eigen ervaring listen en lasten van satan kent, door de Heer gebruikt gaat worden om te helpen anderen te bevrijden.
Met deze vier fases opent de Heer een weg tot bevrijding en vernieuwing.
Het is niet verstandelijk te beredeneren weg, die vanuit menselijke wetenschap kan worden bewandeld.
Het is vaak een moeilijk, maar machtige weg waar levende christenen gids op mogen zijn.
Dat zij tot het doel leidt, hebben ook in onze tijd tallozen ervaren.
Het is vaak de taak van de gemeente van Christus, allereerst om preventief werk te doen, door tegen elk contact met het occulte te waarschuwen.
En dan om – curatief – de ketenen doe het gevolg zijn van dit contact los te maken.
Zo gedraagt zij zich, met welke kerknaam ook aangeduid, als gemeente van de Heer, die ‘…hoe God toen Jezus van Nazareth heeft gezalfd met Heilige Geest en bekleed met macht.
Als en weldoener ging Hij rond:
Hij genas allen die in de macht van de duivel waren, want God was met Hem.’ (Handelingen 10: 38).