OCCULTISME   met
Gerard Lenting

Les 1. De occulte Explosie
Les 2. Zien zonder ogen Paragnosie en mantiek
Les 3. Spreken de doden het Spiritisme
Les 4. Beïnvloeding op afstand, de magie
Les 5. Genezende handen het magnetisme
Les 6. Zijlijnen
Les 7. Het Bijbelse standpunt
Les 8. Gevolgen van het occultisme
Les 9. Hulp aan occult belasten
Les 10. Hoe kan ik vrij zijn van boze geesten



LES 7. HET BIJBELSE STANDPUNT



Op zoek naar het voorteken

Met grote stappen zijn wij het terrein van het occultisme doorgewandeld.
We wilden ons beperken tot die gebieden die in veler belangstelling staan en waar de mens – en dus ook de christen – van nu telkens op stuit.
Wat hebben wij nou gezien op dit terrein?

Dat er veel bedrog heerst, dat bij echte occulte verschijnselen psychische vermogens als wil en emotie een stimulerende of remmende rol spelen,

We nemen aan dat processen in het onderbewustzijn, zowel van het medium als van hen die zich tot het medium wendt om raad of hulp, een rol spelen,

We hebben geconstateerd dat deze processen door bewustzijnsverruiming middelen en methoden als drugs, yoga en hypnose kunnen worden gestimuleerd,

We hebben ook vastgesteld dat hiermee niet alles gezegd is.
Er blijft een rest, die door het verhevigt functioneren van bewustzijn en onderbewustzijn niet verklaard kan worden.

Tot nu toe zijn wij erg objectief geweest om signalerend en registrerend te werk kunnen gaan.
Maar nu wordt het tijd dat wij de Bijbel aan het woord laat en Hem laat spreken over deze occulte zaken.
Wat vindt Hij ervan?
Geen overbodige luxe om dat uit te vinden!
Wanneer je meningen, feiten en ervaringen van alle kanten gehoord hebt, dan pas kan je een standpunt bepalen.

Welke geestelijke voorteken heeft het occultisme?
Kan occultisme niet beschouwd worden als bondgenoot van de kerk?
Zij geloven beiden immers dat er leven na de dood is en bestrijden allebei het rationalisme en materialisme!
Is het werkelijk ondenkbaar dat God de Gever is van de occulte vermogens?
En als Hij het niet is, wie is dan de gever?
Bij het zoeken van antwoorden zal de christen in de eerste plaats moeten wenden tot de Bijbel.

 

In de tijd van de Oude- en Nieuwe Testament was het occultisme al bekend.
Het was een wezenlijk onderdeel van heidense religies.
Astrologen en tovenaars waren meestal priesters.
Daarom moest het volk van God, zijn houding tegenover het occultisme, eens voor al bepalen en in elke generatie opnieuw bevestigen.
De Bijbel gebruikt voor het hele occulte gebied de term tovenarij.

Wat zet nu de Bijbel over de verschillende vormen van occultisme en daarmee over het occultisme zelf?
We gaan dit stuk voor stuk na.

 

Paragnosie en mantiek (les 2)

Zowel in de Oude als in het Nieuwe Testament komen uitspraken voor, die verborgen en toekomstige dingen onthullen.
Soms worden deze toespraken door God Zelf gedaan.

Soms wordt zo’n uitspraak door de engel van God gedaan.

Maar meestal doen het mensen, zieners en profeten, die van Godswege zijn geroepen, vervolgens door de Geest beïnvloed en zo als Zijn instrumenten functioneren.

Profeten in de Oude en Nieuwe Testament zijn geroepen om Gods volk te bewaren bij onheil.
Daarbij kondigden zij ook soms toekomstige gebeurtenissen aan.
Daniël zegt als hij Nebukadnessar’s droom uitlegt: ‘maar er is een God in de hemel die geheimen onthuld(Daniël 2: 28).
Jezus Zelf beschikt over bijzondere kennis (bijvoorbeeld Handelingen 11: 28).
De apostel Paulus rangschikt deze bijzondere kennis onder de genadegaven, die Gods Heilige Geest aan de gemeente van Christus schenkt.
Hij noemt bij name de gaven:

  • Van kennis,
  • Van wijsheid en
  • Van profetie.

De een krijgt van de Geest de gave om wijze raad te geven, een ander heeft dankzijde Geest de gave om kennis over te dragen, en een derde legt door de werking van diezelfde Geest een groot geloof aan de dag.
Anderen krijgen door de ene Geest gaven om zieken te genezen of krachten om wonderen te doen, weer anderen de gave om uit de naam van God te spreken, goede geesten te onderscheiden van duivelse, zicht te uiten in vreemde klanken of de betekenis van vreemde klanken uit te leggen.’
(1 Korintiërs 12: 8 -10).

 

 

 

20.

De mensen die Hij daarvoor in dienst neemt, hebben hun gaven gekregen om Gods volk ermee te dienen.
Zij hebben geen hulpmiddelen nodig (les 2 bladzijde 5) om zich beter te Samenvattend stellen we vast, dat, dat God nog vele geheimen voor ons heeft.
Maar in sommige gevallen wilt Hij in Zijn genade tot bemoediging of waarschuwing.
Zijn geheimen prijsgeven
concentreren, zoals in de mantiek.
Ze beschikken niet permanent over die gaven en kunnen die dus niet naar eigen believen hanteren.
Ze zijn steeds weer aangewezen op het moment, waarop de Geest hen inschakelt.
Ook vragen ze voor het doorgeven van Gods openbaring geen geld.
Het is duidelijk dat God in dit geval de Gever is van bijzondere kennis en informatie.

 

De Bijbel kent ook de valse profeten.
Dat zijn mensen die ten onrechte beroepen op de Geest als informatiebron.

Het Nieuwe Testament leert hen te onderscheiden van de echte profeten:

Behalve de valse profeten ontmoet het volk van God ook de waarzegger.
Over hem is het oordeel constant negatief.
Zijn inspiratiebron ligt in de wereld van goden en geesten.
Hij én degene die hem raadpleegt laten de God van Israël los en plegen afgoderij.

  • Zo heet het in oude heiligingswetten: "…je mag niet inlaten met welk vorm van magie dan ook." "Je mag je heil niet zoeken bij mensen die de geesten van doden kunnen raadplegen; daardoor zou je jezelf onrein maken.
    Want Ik ben jullie God."
    (Leviticus 19: 26 en 31).

Soms worden valse profeten, waarzeggerij en tovenarij nauw verbonden.
De echte profeten, Gods boodschappers, herhalen keer op keer dat mantiek veroordeeld wordt door de Heer.
Dit oordeel over mantiek blijft door heel Israëls geschiedenis ongewijzigd.
De echte profeten, Gods boodschappers, herhalen het keer op keer:

Elia verkondigt zijn koning de dood aan, als straf omdat hij het orakel van de god Baäl Zebub liet raadplegen: op een keer viel Achazja door de tralies van zijn bovenvertrek in Samaria.
Hij werd zo ernstig ziek dat hij een gezantschap naar de Filistijnse stad Ekron stuurde om aan de god Baäl-Zebub te vragen of hij het zou overleven.
Maar een engel van de Heer gaf Elia uit Tisbe opdracht, de afgezanten van de koning van Samaria tegemoet te gaan en hun te zeggen:

21.

‘Heeft Israël soms geen God, dat u Baäl-Zebub, de god van Ekron gaat raadplegen? Deel daarom de koning het volgende mee: dit zegt de Heer: u zult onherroepelijk sterven’ En Elia ging weg. (2 Koningen 1: 2-4).

Ook Jeremia en Micha bestrijden de waarzeggerij: luister niet naar profeten, waarzeggers, droomuitleggers, dodenbezweerders en tovenaars… (Jeremia 27: 9) en die dienders zullen te schande staan, die waarzeggers geen raad meer weten; ze staan allemaal met de mond vol tanden, omdat er geen goddelijk antwoord komt (Micha 3: 7) en ik maak een eind aan uw toverpraktijken (Micha 5: 11).

Het leven van mensen en volken is in Gods hand.
Of mens en volk toekomst hebben, hangt af van hun gehoorzaamheid aan Gods wil.
De Bijbelse profeten roepen op tot deze gehoorzaamheid en bouwen daarmee het volk Gods op.
Door profetie kan de Geest Gods verborgenheden aan het licht brengen:

Zijn verborgen gedachten komen aan het licht, en ter aarde gebogen, zal hij God aanbidden en uitroepen:" God is werkelijk in uw midden"’
(1 Korintiërs 14: 25).
Levensvragen, levensnoden en levensangsten worden door de christen in zijn gebed voor God gebracht.
Zo is de Bijbelse weg.
Hij gaat er niet mee naar een waarzegger.
En wat de toekomst betreft, hij verwacht niet, als de astrologie, een vredig aquariustijdperk (het tijdperk van het sterrenbeeld Waterman), maar een vrederijk onder de Vredevorst Jezus Christus, na Diens wederkomst op aarde.

 

Men zou boven beschreven zaken kunnen tegenwerpen met de volgende feiten:

  • Jozef, kind van God, zelf m.b.v. zijn drinkbeker, spiegelmantiek uitoefende: ‘"waarom hebben jullie de zilveren beker gestolen?
    De beker waar mijn meester uit drinkt en waarmee hij de toekomst pleegt te voorspellen?
    Hoe hebben jullie dat kunnen doen?"’
    (Genesis 44: 5).

  • En wat dacht je van de Babylonische astrologen, de ‘wijzen uit het oosten’ (in de officiële Bijbel, die in het Grieks geschreven is – onze Bijbel is daaruit van vertaald – staat letterlijk ‘magoi’ vermeld bij deze wijzen en magoi betekend: Magiërs)?
    Dezelfde wijzen zagen de ster toen de Koning der Joden geboren werd!
    ‘Zij vroegen: "Waar is het kind dat geboren is als Koning der Joden?
    Want wij hebben Zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden." ‘
    (Mattheüs 2: 2).

Wij antwoorden:

  • Jozef is onder Egyptisch invloed geraakt en het verbod op waarzeggerij dateert van lang NA zijn tijd.
    Hij kon het dus niet weten dat God het niet goedkeurde, omdat God Zijn regels pas in de woestijn aan het volk bekend maakte.

  • Mattheüs brengt de komst van de magiërs wel in verband met de oude profetieën, maar keurt nergens de astrologie goed.
    Door de komst van de wijzen, de magiërs, werden Jozef en Maria gedwongen met Jezus in ballingschap te gaan en er werd een ramp over Bethlehem gebracht door Herodes’ kindermoord.
    Wanneer de wijzen bijvoorbeeld gelovigen in onze Heer waren, zouden zij nooit aan Herodes verteld hebben waar het kind bevond!
    Zij zouden niet naïef geweest zijn en alles stil gehouden hebben, omdat zij dat wisten dat Herodes Jezus zeker had willen vermoorden.

 

 

22.

Zij werden gebruikt door de boze om aan Herodes te vertellen waar Jezus was, dan had de boze Hem kunnen vinden en kunnen doden en dat was Gods plan helemaal voor niets geweest (Mattheüs 2: 1- 12).

De Bijbel wijst dat geesten van de boze de kennisbron zijn van valse profeten en waarzeggers.

Dat de Bijbel in dat opzichte gelijk kan hebben, kan je in het volgende stukje lezen:

  • De Boliviaanse ex-occultist Julio Ruibal vertelde na zijn bekering tot Christus dat er een punt is waar de kracht van het denken eindigt en de demonische kracht de zaak overneemt.
    Hij zegt dat in de astrologie de interpretatie moet worden toegepast op de individuele persoon wiens horoscoop je aan het lezen bent.
    Op dat punt voelt de astroloog de behoefte aan hulp. Die hulp zal niet van God kunnen komen.
    Volgens Julio open je dus jezelf voor demonische beïnvloeding.
    De demonen weten iets van de toekomst en verschaffen bovenmenselijke hulp bij het interpreteren van de horoscoop.

  • De Franse waarzegster Christiane Moret verklaart: "
    Het is alsof mijn onderbewustzijn, een wezen in me, de woorden ingeeft, alsof ik mezelf in tweeën heb gesplitst en de ene ‘ik’ dicteert.
    Ik weet niet waarom ik die dingen zeg."

  • De Nederlandse psychoscopist (les 2 bladzijde 5) Hurkos zegt dat er een onnatuurlijk kracht in hem aan het werk is.
    Het is naar zijn zeggen een krachtig wezen in hem, die spreekt de woorden uit.
    Volgens Hurkos zijn het niet zijn woorden.

Zou het binnengedrongen wezens kunnen zijn?
Dan zijn wij in de buurt van de waarzeggende geesten van de Bijbel.

 

Spiritisme (les 3)

Speciaal in de christen-spiritualistische stroming wordt telkens een beroep op de Bijbel gedaan.
Men meent, dat het Nieuwe Testament allerlei spiritualistische elementen bevat.
De opwekking van Lazerus (Johannes 11: 1- 44) zou in werkelijkheid een materialisatie (les 3 bladzijde 1
0) zijn geweest.
De verschijning van Mozes en Elia op de berg der Verheerlijking (Mattheüs 17: 1- 13 en Marcus 9: 2- 13) wordt als een manifestatie van gestorvenen beschouwd.
Jezus zelf wordt voor een zeer strek medium gehouden.
Zijn verschijningen na Pasen worden spiritistisch verklaa
rd.
En wat de O
ude Testament betreft, verscheen daar niet een geest van Samuël aan koning Saul tijdens de séance met het medium van Endor (1 Samuël 28: 7- 19).
Daarbij menen veel christen-spiritualisten, dat juist bij hen de Bijbelse geestesgaven functioneren.
Sommigen stellen het verkrijgen van een geleidegeest bij de opleidingscursus tot medium gelijk aan de vervulling van de Heilige Geest (!).

Worden in het spiritisme niet de geesten onderscheiden tussen:

  1. Goede geesten, hogere enerzijds,
  2. Slechte geesten, aardgebonden anderzijds?

Spreken mediums in hun trance soms in vreemde talen die zij nog nooit geleerd hebben?
Geschieden er niet voorzeggingen en genezingen?

 

Vanaf het begin af geldt voor het volk van God hetzelfde veto tegen spiritistische praktijken als tegen waarzeggerij: ‘je mag je heil niet zoeken bij mensen die de geesten van doden kunnen raadplegen’ (Leviticus 19: 31 en Deuteronomium 18: 11).
Mediums en séancedeelnemers krijgen net zo de doodstraf aangezegd als waarzeggers en hun klanten: ‘wanneer iemand onder jullie, i.p.v. bij Mij, zijn heil zoekt bij mensen die de geesten van doden kunnen raadplegen, dan zal Ik Mij tegen hem keren en hem uit de gemeenschap stoten’ en ‘mannen of vrouwen die de geesten van doden raadplegen, moeten onherroepelijk ter dood gebracht worden.
Zij moeten gestenigd worden; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.’
(Leviticus 20: 6 en 27).

Als spiritistische praktijken in het volk van Israël zijn binnengedrongen, valt de profeet Jesaja scherp uit en roept zijn volk op, niet zijn doden, maar zijn God aan te roepen: ‘men zal jullie vragen:
" Wendt u tot hen die de geesten van de doden kunnen raadplegen."
Maar die fluisteren en prevelen maar iets.
Een volk wendt zich tot zijn God!
Wat moeten de levenden bij de doden?’
(Jesaja 8: 19).
En koning Saul dan?
Is Samuël aan hem verschenen?
God communiceert nooit met mensen via een medium.

De éé
n meent dat de geest die verschijnt Samuël imiteerde.
De ander meent dat het wel Samuël was, dat hier een uitzondering op de regel heeft plaatsgevonden en dat dit ook blijkt uit de schrik van het medium (1 Samuël 28: 12).
Maar deze discussie is niet belangrijk.
Saul weet dat hij fout is en iets verkeerds doet.

23.

Hij had bij het begin van zijn regering alle mediums uit het land verbannen (1 Samuël 28: 3).
De latere schrijver die de Bijbelboeken ‘Kronieken’ geschreven heeft, schrijft Sauls dood toe aan het feit dat hij niet de Here maar de geest van een dode had geraadpleegd.
Wie het dus ook was, Samuël zelf of een geest die Samuël imiteerde, de séance wordt veroordeeld: ‘Saul vond de dood omdat hij de Heer ontrouw was geworden en de woorden van de Heer in de wind had geslagen.
Het ergste was dat hij de geest van een dode om raad was gaan vragen i.p.v. de Heer te raadplegen’.

(1 Kronieken 10: 13).

En het spiritistische beroep op het Nieuwe Testament?
Lang na de ‘materialisatie’ eet Lazerus met Jezus (Johannes 12: 2).

Noch bij Zijn opwekking, noch bij de verschijning van Mozes en Elia is er spraken van ectoplasma (les 3 bladzijde 10) bij Jezus.
Bij de verheerlijking op de berg is er niemand in trance.
Er wordt mét Jezus, niet uit Jezus gesproken.
Jezus’ verschijningen, om die spiritistisch te verklaren, is het negeren van het open lege graf en het verloochenen van Zijn opstanding!
‘Simon Petrus ging achter hem aan en ging et graf wel binnen.
Hij zag het linnen doeken liggen en ook de doek die om Jezus’ hoofd had gelegen.
Die lag niet bij de andere, maar opgerold’
en ‘want de Schrift, die zegt dat Hij van de dood moest opstaan…
(Johannes 20: 6, 7 en 9).

De christen heeft voor zijn toekomst verwachting het spiritisme niet nodig.
Het Nieuwe Testament leert duidelijk een voortleven na de dood:

‘ "Ik verzeker u, antwoordde Jezus hem, ‘vandaag nog zult u bij mij in het paradijs zijn".(Lucas 23: 43).

Zo zijn er veel meer voorbeelden in het Nieuwe Testament, het is niet te doen dat allemaal neer te schrijven.
Bovendien: de kwaliteit van dit leven na de dood hangt af van het geloof in Christus. Niet een medium, maar Hij is de Bemiddelaar tussen God en de mensen: ‘want er is één God, en tussen Hem en de mensen is er één Bemiddelaar, de mens Jezus Christus.’ (1 Timoteüs 2: 5).
En er is maar één deur naar het eeuwig leven: ‘ "Geloof Mij," ging Jezus door, "
Ik ben de deur voor de schapen".’
(Johannes 10: 7).
Christenen zoeken niet gemeenschap met doden maar met hun opgestane en levende Heer!
Christenen weten dat de doden in Gods handen zijn.

Bij spiritisme worden slechte mensen ook slechte aardgebonden geesten.
De goeden klimmen hoger op. Gods genade voor zondaars speelt in het spiritisme geen rol.
Het Kruis van Christus wordt even weinig als heilsdaad gezien als de Opstanding van Christus.
De geesten zeggen tegen de spiritisten, dat het niets uitmaakt wat voor geloof men op aarde had.
Het spiritisme leert de zelfverlossing, bij hen heeft het voortleven na de dood niets te maken met het werk van en het geloof in Christus.
Als dat waar zou zijn, dan zou het lijden van Jezus voor niets geweest zijn!
Spiritisten leven uit de inspiratie van geesten, niet uit de inspiratie van Gods Woord.

Als inderdaad geesten verschijnen op spiritistische séances en het zijn niet de geesten van gestorvenen, wie zijn het dan wel?
Een van de pioniers van de Society for Psychical Research, Oliver Lodge, erkende: "
De enige verklaring die men zou kunnen geven, is een bovennormale diabolische kwaadaardigheid, die ons kwaad wil doen en bedriegen."
Demonen kunnen heel religieus overkomen, maar zij staan vijandig tegen persoon en werk van Jezus!

Het volgende geef je te denken:

  • Als men, met of zonder ouijabord, een geest vraagt naar de bron van zijn boodschap geeft hij nooit als antwoord ‘God’.

  • Vaak wijst het antwoord in tegengestelde richting.
    Op een séance, geleid door het medium mevrouw Connat, werd de geest gevraagd of hij een persoon kende, die duivel wordt genoemd.
    Het antwoord luidde: ‘zeker, deze duivel is onze god en vader.

  • Bij een ander medium in Ecuador: ‘wij zijn van satan, van hen die Jezus van Nazareth kruisigden.’ (Spiritisten geloven niet in de duivel).

  • Het ex-medium Victor Ernest vroeg aan een geest, of hij geloofde dat Jezus Zijn bloed vergoten had voor vergeving van zonden.
    De geest wierp het medium van zijn stoel af en hij gilde uit van pijn.

  • Herhaaldelijk is het vastgesteld dat een séance verstoord wordt of geesten weigeren te verschijnen, als oprechte christenen biddend aanwezig of vlak in de buurt zijn.
    Mijn ouders hebben daar een positieve ervaring in.

 

24.

Zo blijkt telkens weer: spiritisme en evangelie van Christus zijn als water en vuur.
Er is geen verzoening mogelijk tussen de geesten van het spiritisme en de Geest van Christus.

 

Magie (les 4)

Het zal niet verwonderen, dat magie onder hetzelfde oordeel wordt gesteld als mantiek en spiritisme.
Hieronder het oordeel van het Schrift over tovenaars en tovenaressen:

  • ‘Een vrouw die zich inlaat met toverpraktijken, mag niet in leven blijven’ (Exodus 22: 17),

  • ‘Laat ook geen waarzeggers, wichelaars, voorspellers, tovenaars en slangenbezweerders toe, evenmin personen die de geesten van doden kunnen oproepen en raadplegen’ (Deuteronomium 18: 11),

  • ‘Opstandigheid is even slecht als waarzeggerij: eigenzinnigheid even erg als afgodendienst.
    U heeft Gods bevel naast u neergelegd, daarom heeft Hij u aan de kant gezet, u zult niet langer koning zijn.’
    (1 Samuël 15: 23),

  • ‘De almachtige heer zegt: "
    Ik kom mijn vonnis over jullie uitspreken. Zonder uitstel zal ik aanklagen wie zich met toverpraktijken bezighoudt…en wie geen ontzag voor Mij heeft."
    (Maleachi 3: 5).

Egyptische tovenaars probeerden Mozes’ wondertekenen te imiteren.
De Babylonische tovenaars blijken onmachtig om hun rijk te redden.
In het Nieuwe Testament staat Simon de Tovenaar van Samaria tegenover de evangelieverkondiger Philippus.
Op Cyprus staat de tovenaar Elymas tegenover de apostel Paulus, die hem ‘duivelszoon’ noemt.
Als het Evangelie in het centrum van magie, Efeze, doorbreekt, verbranden bekeerde magiërs hen boeken met toverspreuken.

  • De Egyptische tovenaars:‘ maar de farao riep op zijn beurt de wijze mannen en de tovenaars bij zich; deze Egyptische magiërs waren in staat met hun toverkunsten hetzelfde te doen.’ (Exodus 7: 11),

  • De Babylonische tovenaars:‘ maar het overkomt u wel!
    Plotseling op één dag, zult u weduwe worden en uw kinderen verliezen.
    Zwaar wordt u getroffen, uw vele toverspreuken zullen u niet helpen, uw talrijke bezweringen niet baten ‘ ‘ga maar door met uw bezweringen, met uw talrijke toverspreuken.
    Van jongst af aan bent u er al mee bezig.
    Misschien bereikt u er iets mee en jaagt u het onheil angst aan!’
    (Jesaja 47: 9 en 12),

  • Simon de Tovenaar uit Samaria:‘ nu had een zekere Simon daar kort tevoren tovenarij bedreven en de bevolking van Samaria in opperste verbazing gebracht.’ (Handelingen 8: 9),

  • Tovenaar Elymas van Cyprus: ‘ maar de tovenaar Elymas – dat is zijn Egyptische naam – werkte hen tegen en probeerde de gouverneur van het geloof af te houden’ (Handelingen 13: 8),

De afstand tussen magie en evangelie is nog veel duidelijker dan bij de andere vormen van occultisme.
De magiër Bonewits zegt onomwonden: "Moraal en magie gaan niet samen.
Magie is even moreel als elektriciteit, die zowel een ijzeren long als de elektrische stoel kan laten werken."
In de magie zijn mensen aan het werk die willen beschikken over goed en kwaad en zo als God willen zijn: ‘…dan zal je aan Hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad.’ (Genesis 3: 5).

Waar de magiër ten bate van zijn plannen de naam van God of van de Drie-eenheid in de mond neemt, zonder christen te zijn, pleegt hij godlastering.

Nergens anders in het occultisme is het heidense achtergrond en oorsprong zo duidelijk als in de magie.
Eén van hen zegt: "
Wij zullen voor het einde van deze eeuwwisseling het Christendom overwinnen.
Het heidendom is mooi en natuurlijk". dat de verwerping van Jezus Christus en het aanvaarden van satan als god en heer in hand gaan met de magie, was al duidelijk in les 4 bladzijde 1
5.

 

 

25.

Ook wordt nergens duidelijker dan in de magie beseft dat machtige geesten de magiër helpend terzijde staan, maar hem ook bedreigend omringen (les 4 bladzijde 14).

Een tot Christus bekeerde magiër vertelde hoe hij in zijn eigen lichaam demonen, dus boze geesten, kon waarnemen en horen spreken!
In boeken over magie vindt men allerlei instructies over de beschermmaatregelen die de magiër moet nemen voor hij zijn krachten gaat uitoefenen.
Hij moet een magische cirkel om zich heentrekken die hij niet overschrijden mag.
Binnen deze cirkel is hij veilig tegen boze geesten.

Weliswaar spreekt ook het Nieuwe Testament over "krachten":
‘anderen krijgen door de ene Geest gaven om zieken te genezen of krachten om wonderen te doen…’ en ‘
We kunnen niet allemaal wonderen doen en we hebben iet allemaal gaven om te genezen.’ (1 Korintiërs 12: 10 en 30).
We kunnen hier over supranormale gaven kunnen spreken i.p.v. paranormale gaven.
De magie kan zich in elk geval nergens op de Bijbel beroepen.

Magiërs werden uit de gemeente van Christus gestoten, althans totdat de Middeleeuwen de tovenaar aan de hoven werd ingehaald.
Omgekeerd pogen magiërs en hun ex-collega’s die zich tot Christus bekeerden, magisch te vervolgen.

De witte magiër Cruz vertelt aan zijn zoon, de evangelist Nicky Cruz, hoe geesten hem aanvielen. "
De geesten kwamen vanuit het Noorden en het Zuiden, het Oosten en het Westen op mij af.
Zij zeiden dat zij al mijn kracht en hun bescherming van mij af zouden nemen en mij zouden doden.
Zij dreigden dat zij iedereen van mijn familie zouden doden."
De gemeente van Christus uit de 20e eeuw heeft geen reden zich anders op te stellen dan haar traditie, die vanuit de Bijbel wordt aangegeven.

 

Magnetisme (les 5)

Van de door ons behandelde vier vormen van occultisme wordt door beoefenaars en gelovige klanten bij uitstek het magnetisme aangeprezen als de door God gegeven genezingsgave: ‘anderen krijgen door de ene Geest gaven om zieken te genezen…’ en
‘We kunnen niet allemaal wonderen doen en we hebben iet allemaal gaven om te genezen.
(1 Korintiërs 12: 10 en 30).

Mensen die er niet aan zouden denken om zich tot een paragnost te wenden, laat staan om een séance bij te wonen, gaan als vanzelfsprekend naar een magnetiseur, zodra hun arts niet of niet snel genoeg pijn of ziekte verdrijft.
Dat kan daarmee samenhangen, dat er in de bijbel, anders dan bij mantiek, spiritisme en magie, geen direct veto tegen magnetisme te vinden is.
In sommige kerken wordt magnetisme als een gave gezien, die overgebleven is uit de zondeval.

Bij ons onderzoek naar het magnetisme hebben wij gezien, dat het magnetisme op allerlei wijzen met andere vormen van occultisme gebonden is.
Daarbij is het volgende te bedenken:

Soms spreken magnetiseurs over ‘handoplegging’.
Maar dat is iets anders dan strijken.
Jezus en de apostelen hebben nooit gemagnetiseerd.
Zij legden zegenend de hand op het hoofd van de zieken tot genezing:
‘…zij zullen slangen oppakken en dodelijk vergif drinken zonder er nadeel van te ondervinden, en als ze zieken de handen opleggen, zullen die weer gezond worden.’ (Marcus 16: 18).

Als magnetiseurs hun gave ook kunnen gebruiken om mensen ziek te maken (les 5 bladzijde 16), is het heel zeker een andere gave dan die de Heilige Geest schenkt.
Als christen-magnetiseurs menen dat hun gave van God komt, is de vraag van wie niet-christenmagnetiseurs deze dan ontvangen hebben.
Geestesgaven worden immers niet aan ongelovigen uitgedeeld.

Telkens weer blijken er spanningen te ontstaan als oprechte christenen, biddend om inzicht, zich tot een magisch genezer of een magnetiseur wenden.
Theoloog Koch vertelt van een aantal gevallen, waarbij magnetiseurs zulke mensen wegstuurden met opmerkingen: "ik kan u niet helpen", of: "u hebt een andere geest dan ik".

Als om deze redenen onwaarschijnlijk is dat de krachtbron van de magnetiseur van goddelijke aard is, zijn er dan aanwijzingen dat deze van demonische oorsprong kan zijn?
Brengt de magnetiseur onbewust zijn klanten in aanraking met demonische krachten?

 

 

 

 

 

26.

Hieronder zijn magnetiseurs en ex-magnetiseurs aan het woord:

  • Eén zegt er: "Demonische krachten zijn goed, zij helpen ons."

  • "Als je een gave om te magnetiseren hebt, ben je verblind.
    Je denkt dat het een gave Gods is, maar het is veel meer een openstaan voor het rijk der duisternis.’

  • "Ik merkte dat ik mijn Heiland kwijtraakte."

  • "Ik was een officier in het leger van satan."

 

Commentaar op de zijlijnen (les 6)

Drugs, yoga en hypnose komen wij in de Bijbel niet tegen.
Toch moet de christen zoeken naar een Bijbels verantwoord standpunt.

Drugs

Niet rekende daartoe de alcohol, is een standpuntbepaling niet zo moeilijk.
Ze geven bij hun bewustzijnsverruimende werking soms religieuze ervaringen, maar leiden niet tot een ontmoeting met Jezus Christus, een leren kennen van God de Vader, een ontvangen van de Heilige Geest.
Ze blijken daarom i.p.v. levens-vernieuwend, levensverwoestend te zijn.
We zagen ook dat zij leiden tot het verkrijgen van occulte vermogens (les 6 bladzijde 1
7).
Omdat drugs het bewustzijn blootleggen, staat de deur open voor alles wat wil binnenkomen.
Zo krijgen demonische krachten hun kans.
Veel drugsgebruikers weten daarvan over mee te praten.
Ook zij die van hun drugsverslaving bevrijd werden, hebben soms nog last van demonische storingen.

Yoga en Transcendente Meditatie oftewel T.M

Het is duidelijk dat de wegen van Hindoeïsme en Christendom onverenigbaar zijn.
Bijbels geloof kent geen zelfverheerlijking, geen opgaan in een cosmisch-goddelijk bewustzijn, geen zelfvergoddelijking door verzinking in een alziel.
Het christelijk geloof weet van zonde en van zondevergeving, van Jezus Christus als de Weg tot God, van overgave en gehoorzaamheid aan Hem, van gemeenschap met Hem.
Hindoeïsme weet van reïncarnatie.
De christen weet dat dit leven beslissend is.
Yoga en T.M. zijn trainingen in bewustzijnsverruiming.
Bijbels geloof weet van de Heilige Geest, die onze geest vervult en met gaven toerust.
Yoga kent een ik-het, het evangelie een ik-Hij-verhouding.

Yoga en T.M. zijn dus niet alleen voor een christen onbegaanbare wegen, het zijn ook gevaarlijke wegen.
Een Duitse geleerde Lotz zegt over de oosterse meditatie: "
De mens die zich openstelt, maar niet voor God, valt ten prooi aan het demonische."
We kunnen wijzen naar Jezus’ woord over het lege huis dat door zeven geesten bezet kan worden.
Ook de meeste Indiase christenen zelf verzetten zich tegen yoga-technieken.
Dominee Glashouwer vertelt van een Indonesische vriend die na jarenlange beoefening van yoga tot Christus kwam en daarna niet naliet te waarschuwen, ook tegen de onschuldige gymnastische oefeningen aan het begin van de yogatraining.
Hij beschouwde deze als een onmisbaar onderdeel van de yogaleer, die volgens hem door dwaalgeesten geïnspireerd is.
En de al genoemde Julio Ruibal, een instructeur in haltha-yoga, ontdekte dat de eenvoudige oefeningen in de beginfase hongerig maken naar het occulte en zo in een duivelse val leiden, in een gebondenheid, waaruit alleen Christus bevrijden kan.
Ruibal had via yoga, wat hij aanduidt als ‘angstaanjagende krachten’ verkregen.

Hypnose

Het gevaar hierin is dat de mensen psychisch van hun hypnotiseur afhankelijk raken.
Op een andere manier dan drugs en yoga, verwijdert hypnose de bewustzijnsdrempel.
Ook daarbij wordt de geest van de mens geopend voor wat maar binnenstromen wil.
Het is het meest effectieve middel om, door uitschakeling van de wil en de bewustzijnsverruiming, het onbewuste te openen voor boze geesten.
We moeten concluderen dat elk streven naar bewustzijnsverruiming een poging is, de grenzen die de Schepper in Zijn wijsheid aan de mens gesteld heeft, eigenmachtig te doorbreken.
Drugs, yoga en hypnose openen de mens voor duistere krachten die zijn leven willen beschadigen.

 

 

 

27.

Conclusies

De Engelse onderzoeker Dennis Wheatley gaf aan zijn boek over occulte verschijnselen de titel: ‘all the devil’s works: al de werken van de duivel.
De parapsycholoog Van Praag, die overigens het bestaan van satan hardnekkig bestrijdt, meent toch "dat in speciale gevallen ‘personen’ op iemands weg komen, die niet zonder meer van vlees en bloed zijn, maar toch duidelijk ‘willful’ (d.w.z. met een eigen wil – richting – besturing) optreden."

Wij zijn opzoek naar de gever van de occulte vermogens, naar de bron van paranormale informatie en energie.
We ontdekten dat niet alles uit bewustzijn en onderbewustzijn van de mens afleidbaar is.

 

We stuitten telkens weer op de onverklaarbare rest.
Uit de Bijbel weten we, dat Gods Woord het occultisme niet ontkent, maar wel afwijst.

God kan dus onmogelijk de Gever zijn.

Wat wel voor de hand ligt is, dat waar een mens bovennatuurlijke kennis en kracht zoekt buiten God, Gods tegenstander dit zoeken bevredigt.

 

We zijn telkens gestuit op de gedachte dat de Boze en zijn boze geesten voor de occulte vermogens en verschijnselen verantwoordelijk zijn.
Van daaruit vindt de onverklaarbare rest zijn verklaring.
Uiteraard spreken we hier een geloofsopvatting uit.
Alhoewel enkele parapsychologen in dezelfde richting wijzen, zoals wij juist zagen, gaat onze verklaring uit boven wat wetenschappelijk kan worden bewezen.

De Bijbelse Openbaring weet van twee bovennatuurlijke werkelijkheden.
Wat bovennatuurlijk is, is daarmee nog niet goddelijk!

  1. Er is het heerschappelijk gebied van God én
  2. Het daaraan inferieure rijk der duisternis.

Van de één is Jezus Christus, van de ander satan representant.
Maar Jezus is de Overwinnaar, die de duistere machten heeft ontwapend:
‘Hij heeft Zich ontdaan van die geestelijke krachten, hen die in het openbaar te kijk gezet en over hen getriomfeerd op het kruis’. (Kolossenzen 2: 15)
Beide rijken hebben hun wonderen en tekenen.
De Bijbel spreekt duidelijk ook over de tekenen van satan:

  • Want er zullen mensen komen die beweren dat ze de Christus zijn of een profeet, en ze zullen grote wonderen doen en bewijzen geven waarmee ze zelfs de uitverkorenen zullen misleiden, als dat mogelijk was’. (Mattheüs 24: 24),

  • ‘De Wetteloze zal komen met de macht van satan en zijn verschijning zal vergezeld gaan van allerlei machtsvertoon, bedrieglijke tekens en wonderen, en van allerlei misdadig bedrog’.
    (2 Tessalonicenzen 2: 9),

  • ‘De tweede beest deed grote wonderen; onder andere zagen de mensen vuur uit de hemel neerkomen’. (Openbaring 13: 13),

Satan werd door Luther de aap van God genoemd.
Hij is een meester in imitatie!
De occulte vermogens zijn nabootsing van de bijbelse genadegaven en moeten daarmee dus niet verward worden.
De christen zoekt niet naar occulte vermogens, naar de imitatie, maar naar het echt: de genadegaven van de Heilige Geest:

  • Maar bange en ontrouwe mensen, zij die verwerpelijke dingen doen, moord en ontucht plegen, magie bedrijven en beelden aanbidden, en alle leugenaars: hun plaats zal de zee zijn, die brandt van vuur en zwavel, d.w.z. de tweede dood.’ (Openbaring 21: 8),

 

 

 

28.

De christen wordt geroepen, niet aan de onvruchtbare werken van de duisternis deel te nemen, maar die veeleer te ontmaskeren: ‘doe niet mee aan de onvruchtbare praktijken van hen die de duisternis toebehoren; meer nog: stel ze aan de kaak.’ (Efeziërs 5: 11).

We hebben de indruk dat de christelijke kerk te midden van de occulte explosie in deze tijd, deze taak teveel verwaarloost.
Tot gevaar voor aan haar zorg toevertrouwde mensen.
Want wat zijn de gevolgen van de occulte prakrijken?
Op dit punt geldt Jezus’ woord: ‘u kunt hen herkennen aan hun daden.. (Mattheüs 7: 16).

 

Terug naar begin