![]()
| Tabe,
Tabbe, Tibbe, Tibo, Tybe, Tybo; Tabke, Tapke. |
Afgeleid
van het Germaanse
diet-; Vooi volk en -brecht; stralend.
De betekenis is waarschijnlijk: het beroemde volk. |
Voornamelijk
in Friesland
en Groningen
voorkomende naam. |
| Tamar,
Tamara. |
Afgeleid
van het Hebreeuws
met de betekenis: dadelpalm, palm. |
Tamar,
de dochter van David
(2, Sam. 19). |
| Tatiana,
Tanja, Tanya. |
Afgeleid
van een Latijnse
vleinaam. |
Tatiana,
martelares in Rome
in de 7de eeuw een feestdag is op 30 januari. |
| Theodorus, Dorus, The, Theo, Theodoor, Fedor (Russ.), Teddy (Eng.), Theed (Du.), Theodore (Fr.); Doortje, Dora, Thea, Theodora, Fedora (Russ.), Theodora (Fr.). | Afgeleid
van het Griekse
theodorus; godengeschenk. |
Theodorus,
aartsbisschop van Canterbury
in de 3de eeuw een feestdag is op 19 september. |
| Theresia,
Teresia, Tessa, Thera, Trees, Therese (Fr.), Teresa
(Eng.). |
Afgeleid
van het Griekse
theros; warmte, oogst. Ook wel verklaard als:
bewoonster van Thera (Santorini). |
Theresia
van Avila, non uit de 16de eeuw, die een groot
aantal nieuwe kloosters stichtte. Met haar mystische
geschriften oefende zij veel invloed uit op de
literatuur van die tijd een feestdag is op 19 oktober. |
| Theseus |
Waarschijnlijk
afgeleid van het Griekse
tithemi; ik stel vast. De betekenis is
vermoedelijk: wetgever. |
Theseus,
in de Griekse
mythologie koning en nationale held van Athene. Hij
versloeg Minotaurus in het Labyrint. |
| Thomas,
Thom, Tomas, Tom, Tommy, Thome (Fr.); Thoma, Thomasina,
Thomasin (Eng.). |
Afgeleid
van het Griekse
Didymus; tweeling. |
Naam
van een apostel, de 'ongelovige' Thomas, die
aanvankelijk niet in de opstanding van Christus
wilde geloven (Joh, zo e.v.). Thomas Becket, in de
12de eeuw aartsbisschop van Canterbury, waar
hij in de kathedraal werd vermoord een feestdag is op 29
december. |
| Tiberius,Tibor
(Hong.), Tibere (Fr.). |
Afgeleid
van het Latijn
met de betekenis: van de rivier de Tiber of gewijd aan
de god Thybris.
|
Tiberius,
Romeins
keizer (92 v.C.– 37 n.C.). |
| Tideman,
Taimen, Tieman, Tiemen, Tijmen; Tiementsje, Tijmentje. |
Afgeleid
van het Germaanse
diet-; volk en -man; man. De betekenis
is dus: man van het volk. |
Voornamelijk
in Friesland
voorkomende naam. |
| Timotheus,
Tim, Timothee (Fr.), Timothy (Eng.). |
Afgeleid van het Griekse time; eer en theos; god. De betekenis is waarschijnlijk: ter ere van God. | In het Nieuwe Testament is dit de naam van de metgezel van Paulus op een van zijn reizen. Aan hem richt Paulus ook enkele van zijn brieven (Hand. 16), Tevens een martelaar in Rome een feestdag is op 22 augustus. |
| Titus,
Titiaan, Titianus. |
Afgeleid
van een Romeinse
geslachtsnaam. |
Andere
naamdrager: Titus Brandsma (1881 – 1909), priester en
verzetsman. |
| Tjaard,
Teerd, Tjeerd, Tjeard, Tsjaerd; Tsjaerdke. |
Afgeleid
van het Germaanse
diet; volk en ward; wachter. De
betekenis is waarschijnlijk: wachter van het volk. |
Voornamelijk
in Friesland
en Groningen
voorkomende naam. |
| Tobias,
Toby (Eng.); Tibia. |
Afgeleid
van het Hebreeuwse
Tobiah ; mijn god is Jahweh. |
De blinde Tobias, auteur van een der apocriefe bijbelboeken. |
| Tristan,
Tristam. |
Afgeleid van het
Germaans
met de betekenis: hamer van Thor. |
In Noord-Ndl. niet voor de 17e eeuw. Vgl. ook Sternes `Tristram Shandy' in de 18e eeuw en Tristan da Cunha, de Port. ontdekkingsreiziger, naar wie de eilandengroep met deze naam werd genoemd. |
| Trudo | Afgeleid
van het Germaanse
trud; kracht. |
Trudo
3de eeuw, werd in Metz
tot priester gewijd. Stichtte later een klooster in de
omgeving van Luik
(zijn geboortestreek) dat naar hem St.-Trond werd
genoemd een feestdag is op 23 november. |