![]()
| Gabriël, Gabi, Gabry, Gabriëlla, Gabriëla, Gabrielle (Fr). | Afgeleid van het Hebreeuws met de betekenis; God heeft zich sterk getoond. | De naams is vooral bekend van Gabriël, volgens de bijbel één der aartsengelen (o.a. Luc. 1:11-20). |
| Gaius, Caius, Gajus, Ciao (Ital), Kaj (Deens). | Afgeleid van het Latijn met de betekenis; de zich verheugende. | Het was o.a. de naam van Gaius Julius Caesar. Omdat deze man niet echt een prettige persoonlijkheid was, spreken we nu van Gaius als we tuig bedoelen. Op 22 april is er een feestdag ter ere van de Heilige Gaius, paus uit de 3de eeuw. |
| Galathea, Galatea. | Afgeleid van het Griekse 'galateia', met de betekenis; blank als melk. | In de Griekse mythologie is het de naam van een nimf, bemind door Polyphemus.. |
| Gandulf, Gandalf, Gandolfo (Ital). | Afgeleid van het Germaans met de betekenis; wolf der wolven. | Op 17 september is er een feestdag ter ere van de Heilige Gandulfus, een Siciliaanse kloosterling. |
| Garm, Garmt, Germen. | De betekenis van de naam is onbekend. | Vooral in Friesland en Groningen voorkomende naam. |
| Gascon, Gaston. | Afgeleid van het Franse 'gascon', met de betekenis; inwoner van Gascogne. | Het is vooral de naam van enkele Franse en Waalse graven. |
| Geertruida, Geerdina, Geertje, Geertrui, Gerrie, Gertje, Gertrude, Trude, Trudi, Trudy, Trui, Truida, Truus, Gertrud (Du). | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer'. De naam betekent: zij die met de speer vertrouwd is. | Op 17 maart is er een feestdag ter ere van de Heilige Gertrudis, zuster van Karel de grote. |
| Gemma, Gemme. | Afgeleid van het Latijnse 'gemma', met de betekenis 'sieraad'. | Op 11 april is er een feestdag ter ere van de Heilige Gemma Galgani, vooral bekend door haar stigmata's (1878 - 1903). |
| Genoveva, Geneveva, Gina, Veva, Génevieve (Fr). | Afgeleid van het Keltisch met de betekenis 'dochter van de rechtvaardige'. | Op 3 januari is er een feestdag ter ere van de Heilige Genevefa, welke in de 5de eeuw de inwoners van Parijs aanmoedigde zich tegen Attila en de Hunnen te verdedigen. Tevens is er op 2 april een feestdag ter ere van de Heilige Genoveva, welke valselijk van ontouw beschuldig, zes jaar temidden van de wilde dieren leefde. |
| George, Georgenus, Joris, Jurriaan, Jurrien, Sjors, Georg (Du), Georges (Fr), Giorgio (Ital), Göran (Scand), Jorge (Sp), Jorgen (Scand), Joeri (Russ), Georgea, Georgina, Gina, Jurriana, Georgette (Fr), Georgia (Du). | Afgeleid van het Griekse 'geoorgos', met de betekenis 'boer, akkerman'. | Op 23 april is er een feestdag ter ere van de Heilige George of Joris, een martelaar uit de 4de eeuw, tevens patroon van de kruisvaarders en schutspatroon van Engeland. |
| Gerbrand, Gerbren, Gerbranda. | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer', en 'brand', met de betekenis 'vuur'. De naam betekent: vlammend (schitterend) zwaard. | Op 15 mei is er een feestdag ter ere van Gerbrandus, abt uit de 13de eeuw. |
| Gerhard, Gart, Gé, Geerard, Geerhard, Geert, Gerard, Gerardus, Gerhardinus, Gert, Geurt, Gradus, Geerarda, Geerte, Geertje, Gerarda, Gerda, Gerdina, Gerhardina, Gerrie, Gérardine (Fr), Gerta (Du). | ', en 'hard', met de betekenis 'hard' of 'sterk'. De naam betekent: sterk (dapper) met de speer. | Op 24 September is een feestdag ter ere van Gerard een Hongaars bisschop. |
| Gerlach, Gerlachus. | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer ' de naam betekend waarschijnlijk 'zij die met de speer vecht'. | Gerlacus, een kluizenaar uit de 12de eeuw die in Limburg in een holle boom woonde. |
| Gerlof, Gerolf, Gerulf, Gerlofje. | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer' en 'wolf' met de betekenis 'wolf'. De naam betekend waarschijnlijk 'dappere speerstrijder'. | Vooral in Friesland en Groningen voorkomende namen. |
| German, Germanus, Germen, Germain (Fr), Germina, Germaine (Fr). | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer' en 'man' met de betekenis 'man'. De naam betekend dus; strijder met de speer, vrije man. | Germanus, een Frans bisschop en weldoener uit de 4de eeuw een feestdag heb je op 31 Juli. |
| Gerold, Gerald, Gerhold, Gerold, Gérald (Fr), Géraud (Fr), Gerwald (Du), Geraldina, Geraldine. | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer' en 'wald' met de betekenis 'heersen'. De naam betekend dus;'heerser met de speer'. | Vooral in Angelsaksische landen een voorkomende naam. |
| Gertjan, Gaitjan, Getjan. | Samenvoeging van Gert zie 'Gerhard' en Jan zie 'Johannes'. | Vooral in Gelderland en Overijssel voorkomende namen. |
| Gervasus, Gervaas, Gervais (Fr), Gervase (Eng), Gervaise (Fr). | Afgeleid van het Germaans met waarschijnlijk de betekenis; 'lansknecht'. | Gervasius, een martelaar uit de 4de eeuw, een feestdag is op 19 Mei. |
| Gesina, Geesje, Gesine, Gezina, Gezinus. | Afgeleid van het Germaanse 'ger', met de betekenis 'speer'. | Voornamelijk in het noorden van Nederland voorkomende naam. |
| Gideon, Gidéon (Fr). | Afgeleid van het Hebreeuws met de betekenis; 'de vernietiger, de verbrijzelaar of met de gewonde hand'. | Gideon, één der richteren van Israël die, met een kleine groep strijders, de Midianieten versloeg. |
| Gilbert, Gilberta, Gilberte. | Afgeleid van het Germaans 'gild' met de betekenis waarde en 'brecht' met de betekenis schitterend. De naam betekend dus; Door verdienste (of rijkdom) schitterend. | Vooral in Engeland voorkomende naam. |
| Gilian, Giel, Giliam, Guillain, Lamme. | Afgeleid van Guillaume, de Franse variatie van Wilhelm (zie aldaar). | Vooral in België en Zuid-Nederland voorkomende naam. |
| Gisela, Gisa, Gisele, Gisele (Fr). | Afgeleid van het Germaans met mogelijk de betekenis; 'van voorname afkomst'. | Vooral in Noord-Duitsland en Frankrijk voorkomende naam. |
| Gislenus, Gelijn, Gilein, Lijn, Lein, Ghislain (Fr), Gislena, Ghislaine. | Afgeleid van het Germaans 'gisil' met de betekenis; pijl. | Vooral in België en Frankrijk voorkomende naam.. |
| Githa, Gytha. | Afgeleid van het oud-Noors met de betekenis; 'strijdster'. | Over deze naam is helaas niets verder bekend. |
| Gladys, Gladusa. | Afgeleid van het Welsh met de betekenis; 'de zwijgzame'. | Vooral in de Engels sprekende landen voorkomende naam. |
| Glenn | Afgeleid van het Gaelic met de betekenis; 'de man uit het dal'. | Vooral in Schotland voorkomende naam. |
| Gloria | Afgeleid van het Latijn 'gloria'met de betekenis roem, glorie. De naam betekend dus; 'de roemvolle'. | In Engels sprekende landen populaire naam. |
| God | Afgeleid van het Germaans 'god' met de betekenis; 'God of goed'. | Deze naam komt in een aantal namen voor met de elementen, got en goed. |
| Godart, Godert, Godhard, Gotthard (Du). | Afgeleid van het Germaans 'god' en 'hard' met de betekenis; sterk in God of door goedheid sterk. | Godehardus, een bisschop uit de 11de eeuw van Hildesheim, een feestdag is op 4 Mei. |
| Godewijn, Godwin, Gottwin (Du), Godewina, Godwina. | Afgeleid van het Germaans 'god' met de betekenis; 'God of goed' en 'win'met de betekenis; vriend. De naam betekend dus; goede vriend. | Godwinus, een abt uit de 10de eeuw van Stavelot, een feestdag is op 28 Oktober. |
| Godfried, Gevert, Godefridus, Govaart, Govert, Gottfried (Du), Götz (Du), Godfrey (Eng), Geoffrey (Eng), Jeffry (Eng), Godefriede. | Afgeleid van het Germaans 'god' met de betekenis; 'God of goed' en 'fried'met de betekenis; vrede. De naam betekend dus; vrede in God of door God behoed. | Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen die deelnam aan de eerste kruistocht. |
| Godlef, Gottlieb (Du), Godelieve, Godeliva, Gottliebe (Du). | Afgeleid van het Germaans 'god' met de betekenis; 'God of goed'. De naam betekend dus; Hij die aan God welgevallig is. | Godelieve, een Vlaams heilige, vrouw van Berthold van Ghistel, die haar mishandelde; zij doorstond deze mishandelingen moedig, een feestdag is op 6 Juli. |
| Golda | Herkomst onbekend. Mogelijke betekenis; glinsterend als goud. | Een naamdrager is Golda Meir (1898) een Israëlisch politicus. |
| Gomarus, Gommer, Kommer, Gottmar (Du), Gommerina. | Afgeleid van het Germaans 'god' met de betekenis god, goed en 'mar' met de betekenis beroemd.De naam betekend dus; door God beroemd. | Gummarus, een kluizenaar uit Lier een feestdag is op 11 Oktober. |
| Gordon | Oorspronkelijk een Schotse familienaam. | In Engeland een populaire naam. |
| Gosbert, Gosbertus, Josbert, Joubert, Gosbertina. | Afgeleid van een volksnaam Goten en 'brecht' met de betekenis; glanzend, schitterend. De naam betekend dus; schitterend onder de Goten. | Er is een feestdag op 13 Februari ter ere van een Duits martelaar uit de 9de eeuw. |
| Goswijn, Goos, Gosewinus, Gosse, Gozewijn, Goswin (Du), Gosewina, Gozewina. | Afgeleid van een volksnaam Goten en 'win' met de betekenis; vriend. De naam betekend dus; vriend der Goten. | Goswinus, abt uit de 12de eeuw uit Henegouwen. |
| Gracia, Gratia, Grace (Fr) - (Eng), Graziella (Ital). | Afgeleid van het Latijn 'gratia' met de betekenis; bekoorlijk. | De drie Gratiën, in de Griekse en Romeinse mythologie dochters van Jupiter ( Zeus). |
| Graham | Afgeleid van een Schotse familienaam. | John Graham of Claverhouse (1650 - 1689), vocht in de Schotse Hooglanden tegen Willem III. |
| Gregorius, Goris, Gregoor, Joris, Grégoire (Fr), Gregory (Eng), Gregor (Russ). | Afgeleid van het Grieks 'gregorios' met de betekenis; de waakzame. | Naam van een aantal Heiligen en Pausen. |
| Grimbald, Grimbold. | Afgeleid van het Germaans met de betekenis; de dappere met de helm. | Grimbold, een Vlaamse monnik uit de 9de eeuw, een feestdag is op 8 Juli. |
| Grimbert, Gribbeth. | Afgeleid van het Germaans met de betekenis; glanzende helm. | Hierover is niets bekend. |
| Grimhilde, Hilde, Kriemhilde. | Afgeleid van het Germaans met de betekenis; gehelmde strijdster. | Grimhilde, in de Germaanse mythologie godin van het slagveld (walkure). |
| Griselda, Selda, Zelda. | Afgeleid van het Germaans met de mogelijke betekenis; standvastige strijdster. | Vooral in Amerika populair. |
| Gudrun | Afgeleid van het Germaans met de betekenis; zij die met wijsheid strijdt. | Vooral in Scandinavië en Duitsland voorkomende naam. |
| Guenevere, Gunevere, Guenievre (Fr), Jennifer, Jenny (Eng). | Afgeleid van het Welsh met de betekenis; de vruchtbare. | Vooral in Engeland voorkomende naam. |
| Guido, Guy (Fr) - (Eng), Veit (Scand). | Afgeleid van het Germaans 'wid' met de betekenis woud. Denaam betekend dus; bosbewoner of gids. | Guido, in de 11de eeuw pelgrim uit Anderlecht een feestdag is op 12 September. |
| Günther, Gunnar (Scand), Gunther (Du). | Afgeleid van het Germaans 'goud': strijd en 'her':heer, leger,met de betekenis; aanvoerder in de strijd. | Guntherus, monnik uit de 11de eeuw. Tevens naam van enkele Duitse vorsten. |
| Gustaaf, Gust, Gustavus, Guus, Staf, Gösta (Scand), Gustav (Du), Gustave (Fr), Gusta, Guusta. | Afgeleid van het Germaans 'goud':gevecht en staf met de betekenis; | Gustaaf, naam van een aantal Zweedse vorsten. |
| Gwendolyn, Gwen, Gwenda. | Van oorsprong een naam uit Wales met de betekenis; witte (heksen) kring. | Gwendolyn, in de Arthur-legende een fee die de liefde van koning Arthur won. |
| Gijsbert, Gisbert, Gijs, Gijsbertus, Gijsbrecht, Gisberta, Gijsberta, Gijsje. | Afgeleid van het Germaans 'gisil':pijl en 'brecht':stralend, schitterend, met de betekenis; stralende pijl. | Gislebertus, een Frans bisschop uit de 11de eeuw een feestdag is op 13 Februari. |